ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9932
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Rijnberk
- Pijl
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt materiële uitleg werkgeversbegrip bij internationale detachering en vernietigt naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, had werknemers die in 1998 en 1999 zowel in Nederland als op kortlopende projecten in Duitsland werkten onder leiding van Duitse projectleiders van een Duitse groepsmaatschappij A. De Nederlandse inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat hij meende dat belanghebbende als werkgever moest worden aangemerkt voor alle loonbetalingen, ook die voor werkzaamheden in Duitsland.
Het geschil draaide om de uitleg van het begrip "werkgever" in artikel 10 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Het hof overwoog uitgebreid dat het begrip materieel moet worden uitgelegd, waarbij de werkgever wordt gezien als degene die economisch de vergoedingen draagt en de risico's van de werkzaamheden. Gezien de feitelijke gezagsverhouding en doorbelasting van loonkosten aan A, concludeerde het hof dat A als materiële werkgever moet worden aangemerkt.
Het hof vernietigde daarom de naheffingsaanslag loonbelasting en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak bevestigt de materiële interpretatie van het werkgeversbegrip bij internationale detachering en voorkomt dubbele belastingheffing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt vernietigd omdat de Duitse onderneming als materiële werkgever moet worden aangemerkt.