ECLI:NL:HR:2004:AM0242
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar kapitaalsbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een beursgenoteerde beleggingsinstelling, had op 20 oktober 1993 kapitaalsbelasting betaald over herplaatsing van ingekochte participaties. Hij maakte bezwaar tegen dit bedrag, maar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring.
Belanghebbende stelde in cassatie dat hij zich op het gemeenschapsrecht kon beroepen om de termijnoverschrijding niet tegen zich te laten gelden, en dat hij door een belastingdienstresolutie werd gehinderd om tijdig bezwaar te maken. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de wettelijke termijn van zes weken redelijk is en dat de belastingplichtige vrij is een eigen oordeel te vormen over de wetstoepassing, ook als deze afwijkt van een belastingdienstresolutie.
De Hoge Raad verwierp het beroep en benadrukte dat het indienen van een bezwaarschrift onderdeel is van een uniforme procedure voor rechtsbescherming in belastingzaken. De mogelijkheid om een meningsverschil aan de rechter voor te leggen wordt daardoor niet wezenlijk belemmerd. De Hoge Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar bevestigd.