ECLI:NL:RBHAA:2006:AV9500
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar omzetbelasting wegens termijnoverschrijding bevestigd ondanks beroep op Europese jurisprudentie
Eiseres, een groothandel in was- en reinigingsmiddelen, diende bezwaren in tegen teruggaafbeschikkingen omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003. Deze bezwaren werden door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Eiseres voerde aan dat Europese jurisprudentie, waaronder arresten van het Hof van Justitie (HvJ) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), reden gaf om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en het bezwaar alsnog in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken een redelijke termijn is en dat het nationale recht geen onderscheid maakt tussen nationale en op het gemeenschapsrecht gebaseerde vorderingen. De aangevoerde arresten, waaronder Emmott, Metallgesellschaft, Kühne & Heitz en My Travel, bieden geen grond om de termijnoverschrijding te accepteren, omdat er geen bijzondere omstandigheden of overmacht waren die het te late bezwaar rechtvaardigen.
Verder stelde de rechtbank dat de besluiten niet definitief waren geworden door een uitspraak van de hoogste nationale rechter, waardoor de uitzonderingen uit de jurisprudentie niet van toepassing zijn. Het beroep van eiseres op het gemeenschapsrecht en de genoemde arresten faalt, en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk. Het beroep tegen deze beslissing wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het beroep wordt ongegrond verklaard.