ECLI:NL:HR:2004:AN4672
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslagen accijns minerale oliën wegens gebrek aan wetenschap belanghebbende
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor accijns, brandstoffenbelasting, voorraadheffing en regulerende energiebelasting over de periode 1 februari tot en met 31 oktober 1998. De Inspecteur stelde dat belanghebbende accijns verschuldigd was op grond van artikel 2b en subsidiair artikel 2f van de Wet op de accijns. Het Hof oordeelde dat belanghebbende minerale oliën voorhanden had die niet overeenkomstig de wet waren belast en verklaarde het beroep ongegrond behalve voor de heffingsrente.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof niet voldoende had gemotiveerd dat belanghebbende wist of redelijkerwijs kon weten dat de oliën niet accijnsrechtelijk waren betrokken. Het Hof had onvoldoende rekening gehouden met de vereiste wetenschap zoals bepaald in eerdere jurisprudentie. De omstandigheid dat belanghebbende als groothandelaar optreedt en niet kon aantonen waar de oliën vandaan kwamen, was onvoldoende om wetenschap aan te nemen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak voor nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest.