ECLI:NL:HR:2004:AN8554
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onbekendheid verdachte met zittingsdatum
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf wegens mishandeling en het niet voldoen aan een wettelijk bevel van een ambtenaar. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het meende dat de verdachte vooraf bekend was met de datum van de terechtzitting, terwijl het hoger beroep te laat was ingesteld.
Namens de verdachte had de raadsman op 20 februari 2002 per fax verzocht om processtukken voor de zitting van 22 maart 2002 en zich op 9 maart 2002 als raadsman gesteld. Het hof achtte dit voldoende om te concluderen dat de verdachte de zittingsdatum kende. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze omstandigheid niet automatisch betekent dat de verdachte zelf op de hoogte was van de zittingsdatum zoals bedoeld in art. 408 lid 1 sub c Sv Pro.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens gebrek aan nadere motivering en onbegrijpelijkheid van het oordeel. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep. Hiermee wordt de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep opgeheven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs dat verdachte bekend was met de zittingsdatum.