ECLI:NL:HR:2004:AO1953
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens werken tijdens ziekte
De zaak betreft een werknemer die zich op 10 januari 1999 ziek meldde bij haar werkgever, Vreugdehof, terwijl zij in die periode elders via een uitzendbureau werkte. De werkgever had haar eerder gewaarschuwd dat het combineren van haar voltijdse opleiding en werk met uitzendwerk tot problemen kon leiden en dat zij de werkgever hierover moest informeren.
De werknemer werd op staande voet ontslagen wegens bedrog, omdat zij zich ziek meldde terwijl zij elders werkte zonder dit aan Vreugdehof te melden. De kantonrechter wees haar vordering tot vernietiging van het ontslag af. De rechtbank bekrachtigde dit vonnis, maar motiveerde dit op andere gronden, namelijk dat de werknemer een aanzienlijke restcapaciteit had en deze eerst aan Vreugdehof had moeten aanbieden.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank zich niet buiten de rechtsstrijd had begeven en dat de ontslaggrond mede begrepen mocht worden als het niet melden van de uitzendwerkzaamheden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de werknemer gehouden was haar resterende arbeidscapaciteit aan Vreugdehof aan te bieden en haar uitzendwerk te melden, mede gelet op de gegeven waarschuwing.
Het ontslag op staande voet werd daarmee als rechtsgeldig bevestigd. De Hoge Raad veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van de werknemer wordt bevestigd als rechtsgeldig.