Conclusie
1.Feiten
“op een bepaalde manier kijken: iemand uitkleden met de ogen’, in iemands blouse proberen te kijken”en
“en iemand aanraken als hij of zij dit niet wil”kwalificeert als ongewenst gedrag.
2.Procesverloop
primair; (ii) Meridiaan College zal veroordelen tot herstel van het dienstverband en (iii) tot betaling van een schadevergoeding voor de tussenliggende periode, dan wel
subsidiair; (iv) Meridiaan College zal veroordelen om aan [eiser] een schadevergoeding te betalen gelijk aan de uitkering ingevolge de WW en bovenwettelijke uitkering die [eiser] bij een ontslag anders dan wegens dringende reden zou hebben ontvangen en (v) een schadevergoeding wegens gemiste pensioenopbouw, dan wel
meer subsidiair;(vi) Meridiaan College zal veroordelen om aan [eiser] een schadevergoeding te betalen, die gelet op de omstandigheden van het geval redelijk geacht kan worden. [5]
het niet zo bedoelde maar toen begon hij steeds naar me te kijken en aan me te zitten en toen vond ik hem best wel eng en elke keer omhelzen tot hij een keer aan m’n borst zat en ik dacht, ja hier klopt iets niet. Het aanraken kwam na het kamp en na een tijdje kwam ook de arm om me heen en het aanraken van m’n borst. Dat was in de ‘office’ in de periode dat het winkeltje werd gebouwd(hof: verklaring [betrokkene 5])
;
;
praat en ik zit bijvoorbeeld naast hem dan legt hij een hand op m’n been. Als ik tegenover hem zit dan houdt hij m’n hand vast (is maar een keer gebeurd). En als ik gewoon sta, slaat hij vaak een arm om me heen. Eerst wilde hij me iets naar achter duwen en kwam hij tegen m’n borst aan. Gister nog toen ik zijn kantoor uitliep ging hij met z’n vinger in m 'n buik prikken(hof: verklaring [betrokkene 8])
;
.”
envan leerling
enover ongewenste aanrakingen door [eiser] in samenhang met de brief van 29 mei 2006, de berisping van oktober 2009 en het begeleidingstraject. Naar het oordeel van het hof moet dit [eiser] in het licht van de gehele inhoud van de aanzegging en de overige omstandigheden van het geval, in het bijzonder de voorgeschiedenis - de brief van 21 januari 2010 vermeldt “waarschuwingen en een formele berisping” - duidelijk zijn geweest.
3.Inleiding
op zichgerechtvaardigde ontslag op staande voet – kort gezegd – niet geldig zou zijn. Ter vermijding van misverstand: het staat [eiser] vrij om te trachten om te ontsnappen aan de voor hem ongetwijfeld ingrijpende gevolgen van het ontslag. Wanneer juist zou zijn dat in het licht van het wettelijk stelsel formaliteiten, die de geldigheid van het ontslag raken, met voeten zijn getreden dan zal voor lief moeten worden genomen dat dit leidt tot een uitkomst die het rechtsgevoel niet in hoge mate kan bevredigen.
4.Bespreking van de klachten
Onder 9klaagt hij dat het Hof deze strenge toets heeft miskend, nu het Hof slechts heeft onderzocht of de ontslaggrond bij het ontslag “voldoende duidelijk” was.
voldoendeduidelijk was. Betoogd wordt dat het woord
voldoendede mogelijkheid openlaat dat ten tijde van de opzegging ten aanzien van bepaalde punten betreffende de dringende reden “nog enige twijfel bestond”.
onderdeel 11steunt het oordeel dat de ontslaggrond voldoende duidelijk was onder andere op de overweging dat tussen partijen vast staat dat de verklaringen van de “klaagsters” op 21 januari 2010 aan [eiser] zijn voorgelezen. Deze overweging wordt als onbegrijpelijk aan de kaak gesteld in het licht van [eiser]’s stelling dat hem de verklaringen niet integraal zijn voorgehouden of voorgelezen en dat hem slechts de ontslagbrief is voorgelezen. [21]
integraalzijn voorgelezen. Maar met deze erg letterlijke afdoening wil ik niet volstaan.
29wordt opgemerkt, is een herhaling van zetten. Anders dan [eiser] meent, behoefde de school niet uit de doeken te doen “hoeveel klachten het betrof, wat de exacte inhoud van de klachten was geweest, wanneer de voorvallen die tot klachten hadden geleid zich voor zouden hebben gedaan, hoe de klachten tot stand waren gekomen en (door wie ze) waren behandeld”. [26] Ware dat anders, dan zou het gaan om een rechtsklacht, terwijl de klacht is gestoken in het jasje van een motiveringsklacht. De klachten lopen reeds hierop stuk.
nietaan het ontslag ten grondslag legt. Ook daaruit volgt dat [eiser] overvraagt.
onder 18dat hij in zijn memorie van grieven onder 82 e.v. heeft gewezen op een groot aantal ernstige gebreken en onzorgvuldigheden in de procedure die heeft geleid tot het hem gegeven ontslag op staande voet. Hij heeft deze procedurele gebreken in cassatie als volgt samengevat:
nderdelen 20 en 21stelt [eiser] dat het Hof vervolgens in rov. 5.11 bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden geen kenbare aandacht aan de door hem genoemde procedurele gebreken heeft besteed. Voor zover het Hof van oordeel is geweest dat deze gebreken voor dat oordeel niet van belang waren, geeft ’s Hofs oordeel volgens [eiser] blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het Hof niet heeft miskend dat ook procedurele gebreken in de afweging of sprake was van een dringende reden dienen te worden betrokken, heeft het Hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.
nietin het middel: de gevolgen van het ontslag voor [eiser] (s.t. onder 48). De school is op dit punt de rechtsstrijd niet aangegaan. Daarom moet ik aan deze kwestie voorbijgaan.
geheelvan tafel. Maar ze verliezen wel veel van hun zeggingskracht
in het kader van pretense verzaking van formaliteitendie in mijn ogen niet de kern van de zaak raken; om zodanige beweerde verzaking gaat het bij wat in de klacht(en) resteert na de zojuist besproken kwesties.
doorslaggevendgewicht in de schaal leggen, dan geldt dat vanzelfsprekend a fortiori voor procedurele tekortkomingen als thans aan de orde.
waaromniet is niet duidelijk. Nog minder duidelijk is waarom in zijn ogen formele kwesties de doorslag hadden moeten geven te zijnen faveure.
Onder 25klaagt hij dat het Hof ofwel te strenge eisen aan het bewijsaanbod heeft gesteld, ofwel zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
Onder 26verwijt hij het Hof een onbegrijpelijk oordeel te hebben geveld indien het zijn bewijsaanbod heeft gepasseerd omdat het niet ter zake dienend is. [eiser] stelt dat de te bewijzen aangeboden feiten van gewicht zijn voor ofwel de beoordeling of hij zich feitelijk schuldig heeft gemaakt aan de handelingen op grond waarvan hij is ontslagen, ofwel de afweging of die handelingen alle (verzachtende) omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, zo zwaar wegen dat deze kwalificeren als een dringende reden.
in de gegeven omstandighedentoekomt aan de hier besproken factoren m.i. betrekkelijk beperkt is of ten minste dat het Hof in alle redelijkheid tot dat oordeel kon komen.
tegenbewijs.