ECLI:NL:HR:2004:AO3339
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing fusiefaciliteit bij aandelenruil en stemrechten
Belanghebbende vroeg zekerheid over de toepassing van de fusiefaciliteit in de Wet inkomstenbelasting 2001 bij een voorgenomen aandelenruil. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende bezwaar maakte. Het hof verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de ruil onder de fusiefaciliteit viel.
De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat voor toepassing van de fusiefaciliteit vereist is dat de verkrijgende vennootschap meer dan de helft van de stemrechten in de andere vennootschap kan uitoefenen. Dit moet worden beoordeeld op het geheel van de afspraken rondom de aandelenruil.
In deze zaak maakte de aandelenruil deel uit van een reeks rechtshandelingen waardoor de verkrijgende vennootschap niet daadwerkelijk meer dan de helft van de stemrechten kon uitoefenen, ook niet tijdelijk. Daarom was de ruil geen aandelenfusie in de zin van de wet. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond omdat de aandelenruil niet voldoet aan de fusiefaciliteit.