ECLI:NL:HR:2004:AO3868
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in civiele vordering tot betaling
Eiseres vorderde betaling van een bedrag van ƒ 162.385,96 van verweerders, die dit betwistten en zelf een tegenvordering instelden. De rechtbank wees de vordering in eerste aanleg deels toe en wees de reconventie af. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep, waarna de procedure werd voortgezet bij de rechtbank. Die veroordeelde eiseres tot betaling van ƒ 60.000,--, wat het hof later vernietigde en de vordering beperkte tot € 19.285,66.
Eiseres stelde hiertegen cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties en benadrukt het belang van zorgvuldige motivering bij cassatieklachten. De zaak betreft een civiele geldvordering met een langdurige proceduregang over meerdere instanties.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van het gerechtshof.