ECLI:NL:HR:2004:AO3875

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/088HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bestuurder Stichting na geschil over voorlopige voorziening en bestuur

In deze zaak verzochten de verweerders de rechtbank te Groningen om de verzoeker, bestuurder van Stichting [A], bij voorlopige voorziening te schorsen en te ontslaan. De verzoeker bestreed dit en stelde in reconventie een tegenverzoek in om de verweerders te schorsen en te ontslaan als bestuurders. De rechtbank wees het verzoek van de verweerders toe en ontsloeg de verzoeker als bestuurder, terwijl de reconventionele verzoeken werden afgewezen.

De verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde de verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. Het beroep werd verworpen en de verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verzoeker wordt verworpen en het ontslag als bestuurder wordt bevestigd.

Uitspraak

23 april 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/088HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. van Schilfgaarde,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 januari 2002 gedateerd verzoekschrift hebben verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - zich gewend tot de rechtbank te Groningen en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - bij wege van voorlopige voorziening te schorsen als bestuurder van de Stichting [A], hierna: de stichting, en bij beslissing ten gronde [verzoeker] te ontslaan als bestuurder van de stichting.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden en daarbij in reconventie verzocht [verweerder] c.s. te schorsen en te ontslaan als bestuurders van de stichting.
[Verweerder] c.s. hebben in reconventie de verzoeken van [verzoeker] bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 31 mei 2002 in conventie [verzoeker] ontslagen als bestuurder van de stichting en in reconventie de verzoeken afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 7 mei 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 267,69 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2004.