Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
kanworden uitgeoefend, maar vanuit de aard van de economische activiteit die de overdrager verricht. Volgens de Staatsecretaris moet worden beoordeeld wat de aard is van de onderneming van de overdrager en of de afnemer de bedoeling heeft om die onderneming voort te zetten. Hij bestempelt de onderneming van de belanghebbenden als projectontwikkelingsbedrijf en niet als belegging in vastgoed en voert aan dat de koper van het pand nadrukkelijk niet de bedoeling had het ontwikkelingsbedrijf van belanghebbende voort te zetten. In zijn optiek had het gerechtshof moeten oordelen dat in beide zaken sprake is van verkoop en levering van een (voorraad)goed zonder meer.
2.De overdracht van een (gedeelte van een) algemeenheid van goederen
Inleiding
Zita Modes [12] oordeelt het Hof van Justitie dat onder het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” valt:
Christel Schiever:
projectontwikkelaarsbedrijf of een autonoom onderdeeldaarvan dat door de belegger wordt voortgezet. De belegger ontwikkelt niet (verder), maar verhuurt. Is dan sprake van een voortzetting van een verhuuronderneming? Naar mijn mening niet. Zolang het ontwikkelde vastgoed bestemd blijft voor de verkoop, is de verhuur van het gebouw voor de projectontwikkelaars geen zelfstandige economische activiteit. Integendeel, het sluiten van de huurovereenkomst(en) maakt juist onderdeel uit van de autonome economische activiteit als producent. Dit betekent dat de economische activiteit van de belegger na de overdracht een andere is dan die van de overdrager vóór de overdracht. Kortom, de economische activiteit van de projectontwikkelaars in voormelde hofzaken is geen autonome verhuuronderneming waardoor van een overgang van een verhuuronderneming die door de belegger wordt voortgezet geen sprake kan zijn.”
W [20] dat een projectontwikkelaar die al voor ingebruikname van het gebouw door de huurder(s) een koper op het oog heeft voor die onroerende zaak, niet de duurzame exploitatie van die zaak als activiteit heeft, maar het bouwen voor de markt (voetnoot niet overgenomen):
Zita Modesis de Hoge Raad in het arrest van 6 juni 2008, nr. 42 677 [25] teruggekomen van zijn eerdere oordelen. In de zaak die tot dat arrest heeft geleid draagt de belanghebbende een bedrijfsverzamelgebouw over bestaande uit acht volledig zelfstandig te gebruiken units die zij elk afzonderlijk belast met omzetbelasting verhuurde aan derden. De kopers van het gebouw hebben de exploitatie ongewijzigd voortgezet. De Hoge Raad overweegt:
Enkler [26] oordeelt het Hof van Justitie dat de verhuur van een lichamelijke zaak een exploitatie van die zaak is, die is aan te merken als een “economische activiteit” wanneer die verhuur erop is gericht, duurzaam opbrengsten te verkrijgen. De nationale rechter moet alle gegevens beoordelen die een bepaald geval kenmerken, om uit te maken of de betrokken activiteit, in casu de exploitatie van een zaak in de vorm van verhuur, erop gericht is duurzaam opbrengsten te verkrijgen. [27] Met het begrip opbrengst wordt, zo zal hierna blijken, de vergoeding voor de exploitatie bedoeld. De doelstellingen of resultaten van de activiteit als zodanig zijn niet van belang. [28]
IO [29] en
Gmina Wrocław [30] . Het begrip economische activiteit heeft een objectief karakter. In zijn recente arrest
Feudi di San Gregorio Aziende Agricole SpA [31] (cursiveringen CE) overweegt het Hof van Justitie in dit verband (cursiveringen CE):
Aldus komt uit de analyse van de bewoordingen van artikel 9, lid 1, van de btw-richtlijn niet enkel de omvang van de werkingssfeer van het begrip „economische activiteit” naar voren maar tevens het objectieve karakter ervan, in die zin dat de activiteit op zichzelf wordt beschouwd, onafhankelijk van het oogmerk of het resultaat ervan[arrest van 25 februari 2021, Gmina Wrocław (Omzetting van het recht van vruchtgebruik), C‑604/19, EU:C:2021:132, punt 69 en aldaar aangehaalde rechtspraak].
Rēdlihs [33] overweegt het Hof van Justitie in dit verband:
Fuchs, leverde Fuchs met zijn zonnepanelen op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd elektriciteit aan het elektriciteitsnet. De levering van de elektriciteit was niet slechts incidenteel maar duurzaam en de voor de exploitatie van de zonnepanelen ontvangen vergoeding daarom ook, zo overweegt het Hof van Justitie (cursiveringen CE):
is een feitelijke vraag bij de beoordeling waarvan alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen, waaronder inzonderheid de aard van de betrokken zaak(zie arrest van 19 juli 2012, Rēdlihs, C‑263/11, punt 33).
Enkler,legt de Hoge Raad het begrip ‘duurzaam’ uit als ‘geregeld’:
Enklerkomt de hiervoor genoemde toets niet in dezelfde bewoordingen terug in de jurisprudentie van de Hoge Raad, maar sluit hij aan bij de toets uit
Enkler. Belanghebbende in het arrest van de Hoge Raad van 14 mei 2004 [46] heeft een eenmalige publieksavond georganiseerd ter verweving van fondsen. Er kwamen 900 betalende bezoekers op de avond af die elke 195 gulden voor hun toegangskaartje betaalden. De Hoge Raad oordeelde dat de organisatie van de publieksavond niet voldeed aan het duurzaamheidsvereiste: