ECLI:NL:PHR:2008:BG0946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid bij onrechtmatige verrekening in faillissementssituatie
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over de vraag of eiseres zich jegens de curator van een gefailleerde vennootschap kan beroepen op verrekening van een bedrag van ƒ116.320,73. Eiseres had een pandrecht op een vordering uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst, maar dit pandrecht was niet geldig aan de debiteur medegedeeld. Desondanks werd het schadebedrag door de verzekeraar aan eiseres uitbetaald in plaats van aan de gefailleerde vennootschap.
De curator vorderde terugbetaling van dit bedrag en betoogde dat eiseres zich niet op verrekening kon beroepen omdat zij niet te goeder trouw was en onrechtmatig had gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers. Het hof stelde vast dat geen rechtsgeldige verpanding had plaatsgevonden, dat eiseres wist van de financiële problemen van de vennootschap en dat zij door het laten uitbetalen van het bedrag aan zichzelf de gezamenlijke schuldeisers benadeelde.
De Hoge Raad bevestigt dat eiseres zich niet op verrekening kan beroepen omdat zij onrechtmatig handelde door zonder rechtsgrond de betaling aan zichzelf te verkrijgen, terwijl zij wist dat de vennootschap in financiële moeilijkheden verkeerde. Het overeengekomen pandrecht, dat niet rechtsgeldig was medegedeeld, weegt onvoldoende mee. Ook de wettelijke bepalingen omtrent verrekening in faillissement en onrechtmatige daad ondersteunen dit oordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat eiseres zich niet kan beroepen op verrekening wegens onrechtmatig handelen.