ECLI:NL:HR:2003:AF5892
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke zekerheidstelling bij tenuitvoerlegging faillissementsvordering
In deze zaak vordert de curator betaling van een bedrag van eiser, die deze vordering betwist. Na diverse procedures bij de rechtbank en het gerechtshof, waarbij het hof de vordering van de curator tot een lager bedrag toewijst, wordt tegen dit arrest cassatie ingesteld door eiser.
Eiser verzoekt in een incidentele conclusie om aan de uitvoerbaarverklaring van het arrest van het hof de voorwaarde te verbinden dat de curator zekerheid stelt in de vorm van een bankgarantie. De curator betwist deze vordering en stelt dat er geen restitutierisico bestaat en dat zekerheid niet nodig is.
De Hoge Raad overweegt dat de curator onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij in staat is tot terugbetaling indien de vordering van eiser alsnog wordt afgewezen, en dat de curator niet zal wachten met afwikkeling van het faillissement totdat in de hoofdzaak is beslist. Hierdoor bestaat een reëel restitutierisico voor eiser.
Op grond van een belangenafweging oordeelt de Hoge Raad dat de vordering van eiser tot zekerheidstelling toewijsbaar is en verbindt aan de uitvoerbaarverklaring van het arrest de voorwaarde dat de curator een bankgarantie stelt ter grootte van het gevorderde bedrag.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verbindt aan de uitvoerbaarverklaring de voorwaarde dat de curator een bankgarantie stelt ter grootte van € 26.174,05.