ECLI:NL:HR:2004:AQ0679
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke afwijzing getuigenverzoek in belastingfraudezaak
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte en valsheid in geschrift. De verdediging verzocht het hof om twee getuigen te horen die volgens haar de lezing van verdachte konden bevestigen dat een zakenpartner gerechtigd was tot een deel van de commissiegelden. Het hof wees dit verzoek af zonder nadere motivering, stellende dat de noodzaak tot het horen van deze getuigen niet was gebleken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuigen niet begrijpelijk heeft gemotiveerd, mede gelet op artikel 6 EVRM Pro. De verklaringen van de getuigen konden de lezing van verdachte ondersteunen en daarmee aan bewezenverklaring in de weg staan. Het hof had dit nader moeten motiveren en kon niet zonder meer aannemen dat de getuigen niet betrouwbaar waren.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, hetgeen bij strafoplegging door de vervolgrechter moet worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de motiveringseisen omtrent het horen van getuigen.