ECLI:NL:HR:2004:AQ8088
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing gezagswijziging vader binnen jaar na aanvang testamentaire voogdij
De zaak betreft een verzoek van de vader om het gezag over zijn minderjarige dochter over te nemen van de testamentaire voogdes, kort na het overlijden van de moeder die het gezag uitoefende. De vader diende het verzoek in binnen een jaar na aanvang van de testamentaire voogdij. De kantonrechter wees het verzoek toe, maar het gerechtshof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af op grond van gegronde vrees dat het belang van het kind zou worden verwaarloosd.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke maatstaf voor afwijzing van een dergelijk verzoek binnen een jaar na aanvang van de testamentaire voogdij inhoudt dat slechts kan worden afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat het belang van het kind zou worden geschaad. Deze maatstaf geeft de voorkeur aan gezag door een ouder boven een testamentair aangewezen derde, tenzij het kind daardoor nadeel ondervindt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het subjectieve oordeel van een partijdeskundige heeft meegewogen en dat de feitelijke beoordeling dat de vader niet in staat is het kind de nodige rust te bieden niet onbegrijpelijk is. Het beroep wordt verworpen, waarmee het oordeel van het hof dat het verzoek van de vader wordt afgewezen in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het verzoek tot gezagswijziging wordt afgewezen.