ECLI:NL:HR:2004:AR5402
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing loonvordering en veroordeelt eiser tot betaling schadeloosstelling
Eiser heeft bij de kantonrechter een loonvordering ingesteld tegen Albert Heijn, die deze vordering heeft bestreden en in reconventie diverse bedragen heeft gevorderd wegens kosten en schadeloosstelling. De kantonrechter wees de loonvordering af en veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag aan Albert Heijn. In hoger beroep werd het vonnis deels vernietigd en opnieuw bepaald dat eiser een gefixeerde schadeloosstelling aan Albert Heijn moest betalen, terwijl Albert Heijn een bedrag aan eiser moest terugbetalen.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen dat de loonvordering van eiser niet toewijsbaar is en dat hij gehouden is tot betaling van de gefixeerde schadeloosstelling aan Albert Heijn. Hiermee komt een einde aan het geschil over de loonvordering en de kostenveroordeling tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van eiser tot betaling van schadeloosstelling aan Albert Heijn.