ECLI:NL:HR:2005:AR2238
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Verplaatsing feitelijke leiding naar Curaçao en toepassing artikel 23a Wet vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, verhoogd met een bedrag op grond van artikel 23a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze aanslag vernietigd omdat de toepassing van artikel 23a niet gerechtvaardigd was gezien de zetelverplaatsing naar Curaçao en het feit dat de echtgenoten van de belanghebbende toen inwoners van België waren.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 23a een heffing betreft die lijkt op inkomstenbelasting over de waarde van pensioenaanspraken, geheven bij het lichaam waarin de pensioenverplichting is ondergebracht. De toepassing van artikel 23a is niet van toepassing indien de werknemer binnenlands belastingplichtig is, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad bevestigde dat toepassing van artikel 23a in dit geval in strijd zou zijn met artikel 18 van Pro het Belastingverdrag Nederland-België. Daarom is het beroep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard en is het vonnis van het Hof bekrachtigd. De Staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof wordt bevestigd.