ECLI:NL:HR:2005:AR3151
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing na ontslag op staande voet
Zeehavenbedrijf Dordrecht vorderde schadevergoeding van haar voormalige werknemer, die op staande voet was ontslagen wegens betrokkenheid bij douanefraude. De vordering betrof aanvankelijk een bedrag van bijna 19 miljoen gulden, later teruggebracht tot circa 430.000 euro aan gemaakte kosten in verband met een Uitnodiging Tot Betaling (UTB) van de belastingdienst.
De kantonrechter wees de vorderingen af wegens onvoldoende vaststelling van de schade en onvoldoende specificatie van de kosten. De rechtbank bekrachtigde dit oordeel en wees de vordering af omdat Zeehavenbedrijf Dordrecht geen deugdelijke onderbouwing had gegeven, ondanks haar aanbod tot bewijslevering.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vordering onvoldoende was gespecificeerd en onderbouwd, dat het niet onbegrijpelijk was dat de rechtbank Zeehavenbedrijf Dordrecht niet tot bewijslevering had toegelaten, en dat de afwijzing van de vordering terecht was. Het beroep werd verworpen en Zeehavenbedrijf Dordrecht werd in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Zeehavenbedrijf Dordrecht wordt verworpen vanwege onvoldoende specificatie en onderbouwing van de schadevordering.