ECLI:NL:HR:2005:AR5386
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens tussenarrest zonder eindbeslissing
Eiseres heeft in 1992 verweerders gedagvaard met een vordering tot verklaring voor recht omtrent de opmaak van de staat van baten en schulden in een akte van boedelscheiding. De rechtbank heeft diverse tussenvonnissen gewezen, waaronder een comparitie en de benoeming van een deskundige. Eiseres stelde hoger beroep in tegen deze tussenvonnissen bij het gerechtshof te Leeuwarden. Het hof bekrachtigde in 2003 de tussenvonnissen en verduidelijkte een onderdeel daarvan, en beval de benoeming van een deskundige en bewijslevering.
Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Verweerders stelden zich op het standpunt dat eiseres niet-ontvankelijk was in haar cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het arrest van het hof een tussenarrest betreft dat geen eindbeslissing inhoudt en dat op grond van artikel 401a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering cassatieberoep tegen een tussenarrest slechts samen met het eindarrest kan worden ingesteld.
Omdat het hof niet anders had bepaald en het geen geval betrof van artikel 75 lid 1 Rv Pro, verklaarde de Hoge Raad eiseres niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. Tevens werd eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van procesrechtelijke regels omtrent digitale procedures en de ontvankelijkheid van cassatieberoepen tegen tussenvonnissen.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen het tussenarrest.