Conclusie
[verweerder 1],
[verweerster 2],
[verweerster 3],
[betrokkene 1],
1.Feiten en procesverloop
door de sub 1 genoemde vennoot:
alle activa en passiva, voorkomende op de laatste opgemaakte balans per 1 januari 1972 (…).’
Met betrekking tot grief I
H. Het perceel Havelte [A001]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
hogerewaarde (in onverpachte staat) beoogde, belang miste nu voor toewijzing van het meerdere (een hogere overbedelingsvordering) geen grondslag aanwezig was omdat inmiddels vaststond dat het perceel niet meer tot de onverdeeldheid behoorde en dus niet tegen een hogere waarde (in onverpachte staat) in verdeling kon worden gebracht, terwijl ook de door de rechtbank aangevoerde risicoverdeling – die immers gebaseerd was op [verweerder 1] Kuipers rol als pachter en waarmee de waarde in verpachte staat derhalve onverbrekelijk verbonden was – geen grondslag bood voor toewijzing van het meerdere. Het hof heeft aldus niet de grenzen van de rechtsstrijd miskend en het oordeel is evenmin anderszins onjuist of onbegrijpelijk.