In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten:
(i) Op 24 september 1982 is te Meppel overleden, terwijl Nijeveen zijn laatste woonplaats was, [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 1915, hierna te noemen de erflater.
(ii) De erflater is in gemeenschap van winst en verlies gehuwd geweest met [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1913, hierna te noemen de erflaatster.
(iii) De erflaatster is op 26 februari 1986 te Nijeveen, haar laatste woonplaats, overleden.
(iv) Uit het huwelijk zijn vijf kinderen geboren, te weten [eiseres] , [verweerder 1] , [verweerster 3] , [betrokkene 1] en [verweerster 2] .
(v) Zij zijn tot de onverdeeldheid, zoals die door de gerechtigdheid in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en de nalatenschappen van de erflater en de erflaatster tengevolge van het overlijden van de erflater en dat van de erflaatster uiteindelijk is ontstaan, hierna te noemen de onverdeeldheid, ieder voor één/vijfde deel gerechtigd met dien verstande dat [betrokkene 1] inmiddels is overleden.
(vi) Met ingang van 1 januari 1972 oefende de erflater in maatschapsverband met [verweerder 1] een veehouderijbedrijf uit. [verweerder 1] heeft na het overlijden van de erflater de maatschap die tussen hem en de erflater heeft bestaan, met de erflaatster voortgezet tot 1 mei 1983.
(vii) De erflater heeft bij akte, op 27 maart 1980 verleden voor mr. W.R. Panman, destijds notaris te Meppel, over zijn nalatenschap beschikt. De erflaatster heeft eveneens bij akte, op dezelfde datum verleden voor genoemde notaris over haar nalatenschap beschikt. De erflater en de erflaatster hebben - ieder voor zich - hun erfgenamen vrijgesteld van de verplichting tot inbreng, als bedoeld in art. 1132 e.v. (oud) BW.
(viii) Bij vonnis van de rechtbank Assen van 4 augustus 1987 zijn [verweerder 1] , [verweerster 3] , [betrokkene 1] en [verweerster 2] op vordering van [eiseres] veroordeeld om met haar tot verdeling over te gaan met benoeming van mr. D. Klein, destijds notaris te Zwolle, tot boedelnotaris en mr. Y van Maarwijck, destijds advocaat te Meppel, tot onzijdig persoon.
(ix) Op 2 juli 1990 is door mr. D. Klein een proces-verbaal van zwarigheden verleden.
(x) Blijkens akte, op 17 april 1980 verleden voor mr. W.R. Panman, Meppel, heeft de erflater aan [verweerder 1] en diens echtgenote [betrokkene 4] , verkocht en overgedragen het woonhuis met ondergrond, plaatselijk bekend [a-straat 1] te Wapserveen voor de koopprijs van ƒ 72.700,-- (prod. 1 bij conclusie van dupliek zijdens [verweerder 1] alsmede prod. 1 bij akte van 1 november 2012 zijdens [verweerder 1] ).
(xi) Blijkens akte, op 24 september 1982 verleden voor voornoemde notaris Panman heeft de erflater aan [verweerder 1] en diens voornoemde echtgenote verkocht en overgedragen de ligboxenstal achter het perceel plaatselijk bekend [a-straat 1] te Wapserveen, alsmede de oude boerderij met erf plaatselijk bekend [a-straat 2] te Wapserveen, destijds een kennelijk op het terrein afgebakend gedeelte ter grootte van 90 are van de kadastrale percelen gemeente Havelte sectie [B001 en B002] , voor de koopprijs van ƒ 270.000,-- (onderdeel van prod. 6 bij memorie van grieven tevens memorie van vermeerdering c.q. wijziging van eis). De akte houdt kwijting voor de koopsom.
(xii) Bij onderhandse akte van schuldbekentenis d.d. 24 september 1982 heeft [verweerder 1] verklaard een bedrag van ƒ 270.000,-- op de genoemde datum ter leen te hebben ontvangen van de erflater (onderdeel van prod. 6 bij memorie van grieven tevens memorie van vermeerdering c.q. wijziging van eis).
(xiii) Ter zake van de overeenkomst van maatschap is opgemaakt de onderhandse akte d.d. 30 december 1972 (bijlage 9 bij het door P. Smittenberg uitgebrachte deskundigenbericht), hierna te noemen de maatschapsakte. In de maatschapsakte wordt de erflater als de sub 1 genoemde vennoot aangeduid. De maatschapsakte vermeldt onder meer: