ECLI:NL:HR:2005:AR5387
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vastrecht in cassatieprocedure over financiële vordering
Mr. E. van Staden ten Brink kwam in verzet tegen de vaststelling van het vastrecht door de Griffier van de Hoge Raad in een cassatieprocedure waarin de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan een betrokkene.
De Griffier had het vastrecht definitief vastgesteld op €625, gebaseerd op het oorspronkelijke financiële belang van €24.071,62. Mr. Van Staden ten Brink voerde aan dat het vastrecht berekend moest worden op het bedrag van de toegewezen vordering dat in cassatie werd bestreden, namelijk €4.435,35.
De Hoge Raad oordeelde dat bij de berekening van het vastrecht in cassatie moet worden aangesloten bij het bedrag waarover de rechter tegen wie het beroep is gericht, heeft beslist. Indien het cassatieberoep zich beperkt tot een deel van de vordering, moet het vastrecht daarop worden gebaseerd.
De Hoge Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de beslissing van de Griffier en stelde het vastrecht definitief vast op €230, passend bij het bestreden bedrag in cassatie.
Uitkomst: Het vastrecht voor de cassatieprocedure wordt vastgesteld op €230, gebaseerd op het bestreden deel van de vordering.