ECLI:NL:PHR:2006:AU8317
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg erfpachtvoorwaarden en vertrouwen op toezeggingen gemeente bij Bloemenmarkt Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Amsterdam en marktkooplieden die standplaatsen in erfpacht hadden op de Bloemenmarkt. De marktkooplieden stelden dat zij op grond van toezeggingen van een gemeenteambtenaar hun handel op de bestaande voet mochten voortzetten, ondanks de erfpachtvoorwaarden die beperkingen stelden aan de verkoop van branchevreemde artikelen.
De rechtbank had de marktkooplieden in eerste aanleg gelijk gegeven dat de bestaande situatie als uitgangspunt gold en dat hun handel gedoogd zou worden. Het hof kwam echter tot het oordeel dat, ook als dergelijke toezeggingen waren gedaan, de marktkooplieden daar niet gerechtvaardigd op mochten vertrouwen vanwege het duidelijke beleid van de gemeente om branchevervaging tegen te gaan en de duidelijke tekst van de erfpachtvoorwaarden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen ontoelaatbare verrassingsbeslissing heeft genomen en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Ook is niet gebleken dat er twee overeenkomsten zijn gesloten of dat de ambtenaar mandaat had om af te wijken van het beleid. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de marktkooplieden wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.