ECLI:NL:HR:2005:AR6169
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schenking en inbreng in nalatenschap bij maatschapsovereenkomst en onroerend goed
De zaak betreft een geschil over de vraag of een transactie tussen een vader en zijn zoons, vastgelegd in een notariële akte van 27 april 1989, een schenking inhoudt die door de zoons in de nalatenschap moet worden ingebracht. De vader had samen met zijn zoons een maatschap waarin onroerende zaken waren ingebracht en waarin een verblijvensbeding was opgenomen dat de zoons een voorkeursrecht gaf om onroerend goed tegen agrarische waarde te kopen.
De rechtbank wees de vordering van de zus van de zoons af, maar het hof stelde dat het beding in de maatschapsovereenkomst een bevoordeling van de zoons inhield en dat deze schenking in de nalatenschap moest worden ingebracht. Het hof baseerde dit op de waardering van de onroerende zaken in verpachte staat, wat voordeliger was voor de zoons.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met essentiële stellingen van de zoons, zoals de financiering van de koopsommen en het feit dat lasten en kosten van de onroerende zaken uit het maatschapsvermogen werden voldaan. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor een volledige herbeoordeling van de vraag of sprake is van een bevoordeling uit vrijgevigheid die tot inbreng in de nalatenschap leidt.
De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling moet plaatsvinden naar het oude erfrecht, omdat de nalatenschap openviel vóór de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht. De kosten van het cassatiegeding worden aan de verweerster opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.