ECLI:NL:HR:2005:AR7269
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens nalaten toepassing art. 27 lid 1 Sr in zaak poging doodslag
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verdachte was veroordeeld voor poging tot doodslag. Het hof had de verdachte veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en ontzegging van de rijbevoegdheid.
De Hoge Raad constateerde dat het hof had nagelaten ambtshalve toepassing te geven aan artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat bepaalt dat de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering moet worden gebracht op de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend vanwege dit gebrek en beval dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de straf.
Het cassatiemiddel van de verdachte werd verworpen omdat het geen rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad stelde vast dat de voorlopige hechtenis van verdachte liep van 20 mei 2002 tot 15 juli 2002. De overige onderdelen van het arrest bleven in stand.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nalaten toepassing van art. 27 lid 1 Sr en de straf wordt verminderd met de tijd in voorlopige hechtenis.