ECLI:NL:HR:2005:AR7606
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen doodslag en poging tot afpersing met geweld
Op 24 oktober 1985 heeft de verdachte samen met anderen een vrouw, werkzaam bij een Shell-tankstation in Warnsveld, bedreigd en met een steekwapen aangevallen met het oogmerk om afpersing te plegen. De aanval leidde tot de dood van het slachtoffer, waarbij sprake was van medeplegen van doodslag en een poging tot afpersing.
De Hoge Raad oordeelt dat voor een veroordeling op grond van artikel 288 Sr Pro niet vereist is dat alle bestanddelen van het strafbare feit in de bewezenverklaring zijn opgenomen, mits duidelijk is op welk strafbaar feit wordt gedoeld en uit de bewijsmiddelen blijkt dat de wettelijke bestanddelen zijn vervuld. De afwezigheid van vrijwillige terugtred werd niet bewezenverklaard, maar kon uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De uitspraak benadrukt de mogelijkheid om medeplegen te kwalificeren ondanks beperkte bewezenverklaring, mits de bewijsvoering sluitend is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot acht jaren gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag en poging tot afpersing.