ECLI:NL:HR:2005:AS2027
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens onjuiste uitleg wijziging ontslagdatum en verwijzing naar hof
Eiser was sinds 1978 in dienst bij EMI en werd arbeidsongeschikt in 1996. EMI vroeg en kreeg toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen per 1 maart 1999. Eiser stelde dat EMI instemde met een latere ontslagdatum, namelijk 1 juni 1999, en vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter verklaarde eiser niet-ontvankelijk wegens verjaring, wat door de rechtbank werd bekrachtigd. In cassatie stelde eiser dat de rechtbank ten onrechte de gedragingen van EMI niet als instemming met de latere ontslagdatum had uitgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had en onvoldoende rekening had gehouden met de betekenis die eiser aan de gedragingen mocht toekennen. Tevens was het onbegrijpelijk dat de rechtbank vond dat eiser niet op instemming mocht vertrouwen, terwijl EMI niet had aangetoond dat eiser van het administratieve systeem op de hoogte was.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd EMI veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling.