Conclusie
1.Feiten
Orthocenter”) uitroept en dat één van de op deze Buitengewone Vergadering van Aandeelhouders te behandelen onderwerpen het voorstel tot het verlenen van uw ontslag als statutair bestuurder (en werknemer) van Orthocenter zal zijn. De reden hiervoor vloeit voort uit de constatering dat u niet in het belang van Orthocenter handelt. Meer in het bijzonder is de wens tot de beëindiging onder meer gelegen in het feit dat (willekeurige volgorde):
Orthocenter”) heeft op 11 december 2012 besloten u te ontslaan als statutair bestuurder (en werknemer) van Orthocenter.
2.Het procesverloop
het gevolgen criterium
3.Bespreking van de cassatieklachten
Subonderdeel Ia.2voegt daaraan toe dat het hof zou miskennen dat een regelmatige opzegging impliceert dat de werkgever gedurende de in acht te nemen opzeggingstermijn (in beginsel) aan de werknemer aanspraak geeft op loon, althans hem ook het loon doorbetaalt.
Subonderdeel Ic.2voegt daaraan toe dat het oordeel van het hof dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst regelmatig is te achten tegen die achtergrond nadere motivering behoeft. [eiser] verwijst ter onderbouwing van de beide subonderdelen naar randnummers 3.45 en 4.60 van de memorie van grieven en randnummers 2.9, 4.10 en 4.11 van de memorie van antwoord van Orthocenter.
onderdeel 1falen.
€ 137.566,92 in aanmerking kwam voor toewijzing ten titel van nakoming.
tweede onderdeelfaalt.
derde onderdeelkomt op tegen de afwijzing door het hof in rov. 3.6.6. van het arrest van de vordering uit hoofde van kennelijk onredelijke opzegging.
gevolgencriteriumkomt het aan op een weging van alle omstandigheden van het geval. [57] Hierbij valt onder meer te denken aan de voor de werknemer getroffen voorzieningen en zijn mogelijkheden om ander passend werk te vinden. [58] De enkele omstandigheid dat de werknemer zonder toekenning van vergoeding is ontslagen, levert geen grond op voor toewijzing van een vordering op grond van kennelijk onredelijk ontslag. [59] Bij de beoordeling van een vordering ex art. 7:681 BW Pro (oud) is de situatie beslissend die ten tijde van het eindigen van de arbeidsovereenkomst bestond of voorzienbaar was. Nadien intredende omstandigheden kunnen in aanmerking worden genomen als zij aanwijzingen opleveren voor wat niet later dan op voormeld tijdstip kon worden verwacht. [60] De stelplicht en bewijslast rusten op de partij die zich op de kennelijke onredelijkheid van de opzegging beroept. [61]
in het algemeenrekening wordt gehouden bij de vaststelling van de arbeidsovereenkomst. In dit concrete geval heeft het hof voorts rekening gehouden met het door [eiser] verdiende inkomen, zijn vermogen en zijn verdiencapaciteit (hiervoor 3.41 en 2.16).
subonderdeel IIIczou de overweging van het hof met betrekking tot de vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag onbegrijpelijk zijn in het licht van de omstandigheid dat Orthocenter gedurende een gedeelte van de bij de voorwaardelijke opzegging gehanteerde opzegtermijn (namelijk vanaf 31 mei 2013 tot en met 31 december 2013) geen vergoeding heeft betaald. Het subonderdeel vormt in zoverre een herhaling van de laatste klacht van subonderdeel Ic.1. Dit gedeelte van subonderdeel IIIc faalt op dezelfde gronden als subonderdeel Ic.1 bij gebrek aan grondslag in de gedingstukken (hiervoor 3.18). In subonderdeel IIIc wordt voorts aangedragen dat het hof bij zijn beoordeling had moeten betrekken dat Orthocenter ruim 1 miljoen euro aan (in het kader van de arbeidsovereenkomst) uitbetaalde vergoedingen van [eiser] terugvordert. Ook deze klacht faalt, omdat deze stelling geen deel uitmaakte van het debat over kennelijk onredelijk ontslag. [68]
derde onderdeelgeen doel treft.