ECLI:NL:HR:2005:AS2771
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt compensatie overschrijding redelijke termijn in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag.
De verdediging stelde dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, omdat het hof pas na acht maanden over het proces-verbaal en vonnis van de rechtbank kon beschikken en de uitspraak pas na bijna zeventien maanden na het instellen van het hoger beroep werd gedaan. Het hof oordeelde dat deze overschrijding werd gecompenseerd door een bijzonder voortvarende behandeling van de zaak.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel van het hof als juist en begrijpelijk en verwierp het middel dat hiertegen was gericht. Wel stelde de Hoge Raad vast dat in de cassatiefase zelf de redelijke termijn was overschreden, waardoor de straf moest worden verminderd van tien jaar naar negen jaar en tien maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en wees het cassatieberoep voor het overige af. Hiermee werd de straf verminderd wegens de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De straf werd verminderd van tien jaar naar negen jaar en tien maanden gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.