ECLI:NL:HR:2005:AS5435
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldboete voor overtreding milieuregels koelinstallaties ondanks vaagheid delictsomschrijving
In deze strafzaak stond de vraag centraal of artikel 15 van Pro het Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 en artikel 6 van Pro de Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 onverbindend waren wegens strijd met het bepaaldheidsgebod uit artikel 1 Sr Pro. De verdachte, een rechtspersoon, werd door het hof veroordeeld tot een geldboete wegens het niet naleven van de lekdichtheidsvoorschriften.
De verdediging voerde aan dat de regelgeving te vaag was om strafrechtelijke sancties te kunnen dragen, omdat het begrip 'onvoldoende lekdicht' niet concreet genoeg was. Het hof oordeelde echter dat de voorschriften, hoewel een zekere vaagheid onvermijdelijk is, voldoende concreet zijn om professionele marktdeelnemers in staat te stellen hun gedrag daarop af te stemmen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat van professionele partijen mag worden verlangd dat zij zich goed informeren over de geldende beperkingen. Gezien de vastgestelde lekverliezen was het voor de verdachte duidelijk dat sprake was van een overtreding. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen en de geldboete gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon tot een geldboete wegens overtreding van milieuregels.