ECLI:NL:HR:2005:AS7572
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onvoldoende motivering bewijsuitsluiting bij onrechtmatige opsporing
De zaak betreft een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van het zonder vergunning jagen met fretten en buidels op grond waarop hij niet bevoegd was. Op 16 januari 2003 werd de verdachte gecontroleerd door twee buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) die nog niet beëdigd en dus niet bevoegd waren tot opsporing. Later volgde een controle door bevoegde opsporingsambtenaren.
Het hof sprak de verdachte vrij omdat het bewijs dat volgde uit de controles door de onbevoegde boa's en het daarop volgende bewijs als onrechtmatig verkregen werd uitgesloten. De Hoge Raad oordeelt dat bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv alleen kan plaatsvinden indien het bewijsmateriaal rechtstreeks door het verzuim is verkregen en een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ook het 'overige, opvolgende' bewijs als onrechtmatig verkregen moet worden aangemerkt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de vrijspraak betreft en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting met inachtneming van de gegeven aanwijzingen. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onvoldoende motivering van bewijsuitsluiting en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.