ECLI:NL:PHR:2012:BU2903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verlenging proeftijd en bevestigt bewijswaardering in bezit kinderpornozaak
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens bezit van videobanden met kinderpornografisch materiaal. Het hof ontnam 33 videobanden aan het verkeer en verlengde de proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf.
Verdachte stelde onder meer dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen op een verzoek tot nader onderzoek naar de fabricagedatum van bepaalde Fuji-videobanden, en dat de doorzoeking van zijn woning onrechtmatig was omdat niet voldaan was aan de vereisten van art. 99 en Pro 99a Sv en art. 8 EVRM Pro. De verdediging vorderde bewijsuitsluiting vanwege deze onrechtmatigheden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het verzoek tot nader onderzoek had verworpen omdat onvoldoende onderbouwing was gegeven. Ook werd bevestigd dat het hof het bewijs van opzet terecht had aangenomen, gelet op de vindplaats van de banden in de kruipruimte die door verdachte werd gebruikt. De klacht over het ontbreken van bewijsuitsluiting faalde omdat de verdediging niet duidelijk had gemaakt waarom uitsluiting passend was.
Wel vernietigde de Hoge Raad de beslissing tot verlenging van de proeftijd omdat deze proeftijd ten tijde van de uitspraak al was geëindigd. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, hetgeen tot strafvermindering kan leiden. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verlenging van de proeftijd en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.