ECLI:NL:HR:2005:AS9409
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vervangende hechtenis bij overschrijding redelijke termijn in ontnemingszaak
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij tevens een verweer werd gevoerd over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hof had nagelaten een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te geven op dit verweer in de ontnemingszaak, terwijl de hoofdzaak en ontnemingszaak gezamenlijk waren behandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de betrokkene geen belang had bij vernietiging op dit punt, omdat het hof in de hoofdzaak het verweer over de termijnoverschrijding had verworpen en daarbij voldoende had uiteengezet waarom ook in de ontnemingszaak het beroep op niet-ontvankelijkheid was afgewezen. Tevens was rekening gehouden met de termijnoverschrijding door strafvermindering in de hoofdzaak.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover vervangende hechtenis was opgelegd, conform eerdere jurisprudentie, en verwierp het beroep voor het overige. Daarmee bleef de ontnemingsvordering in stand zonder vermindering van het te betalen bedrag ondanks de termijnoverschrijding.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 april 2005.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor de opgelegde vervangende hechtenis en het beroep is voor het overige verworpen.