ECLI:NL:HR:2005:AT3962
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek kosten monumentenpanden bij bloot eigenaar in inkomstenbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een monumentenwoning waarin een gedeelte was belast met een recht van gebruik en bewoning ten behoeve van zijn ouders. Voor dat gedeelte genoot hij geen voordelen, maar droegen hem wel kosten, lasten en afschrijvingen. De vraag was of deze kosten aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting 1997.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat artikel 36, lid 8, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 aftrek van de kosten die betrekking hebben op het gedeelte met het gebruiksrecht uitsluit. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op de bedoeling van de wetgever om dubbele aftrek te voorkomen, zowel bij de eigenaar als via het huurwaardeforfait bij de gebruiker.
De Hoge Raad verwijst naar de parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie en concludeert dat de aftrekbeperking zich uitstrekt tot alle aftrekbare kosten behalve rente en bepaalde periodieke betalingen. De conclusie is dat de wetgever geen uitzondering heeft gemaakt voor kosten die niet in het huurwaardeforfait zijn verwerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aftrekbeperking van artikel 36, lid 8, Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt bevestigd.