ECLI:NL:HR:2005:AT4371
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij overschrijding beroepstermijn door verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep tegen een verstekvonnis van de politierechter. De verdachte had het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van 14 dagen ingesteld, maar pas later, nadat hij door een parketambtenaar was geïnformeerd dat hij niets hoefde te doen en moest wachten op een brief.
De Hoge Raad overweegt dat de termijn voor het instellen van hoger beroep van openbare orde is en overschrijding in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid. Een uitzondering kan bestaan indien bijzondere, niet aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden de overschrijding verontschuldigen, zoals onjuiste ambtelijke informatie die de verwachting schept dat de termijn later begint.
Het hof had geoordeeld dat geen sprake was van zulke bijzondere omstandigheden, maar deze motivering acht de Hoge Raad niet begrijpelijk gelet op de door verdachte aangevoerde informatie van het parket. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling van het hoger beroep.