ECLI:NL:PHR:2005:AT6017
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kennelijk onbehoorlijk bestuur en bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een statutair bestuurder van Holland Foodmachinery B.V. (HFM) centraal wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in de jaren voorafgaand aan het faillissement en het onbetaald laten van belastingschulden. De ontvanger van de Belastingdienst stelt de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk op grond van art. 36 Invorderingswet Pro 1990.
De rechtbank en het hof hebben verschillende gedragingen beoordeeld op hun kwalificatie als kennelijk onbehoorlijk bestuur en het causaal verband met het niet betalen van belastingschulden. Het hof oordeelde dat afzonderlijke gedragingen die op zichzelf niet kennelijk onbehoorlijk zijn, ook in samenhang geen gewicht kunnen krijgen, en stelde dat de ontvanger het verband tussen elke gedraging en de specifieke belastingschuld moet aantonen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een te strikte en onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door gedragingen geïsoleerd te beoordelen en het geheel van gedragingen niet in onderlinge samenhang te betrekken. Ook wijst de Hoge Raad het standpunt af dat de bewijslast omgekeerd moet worden toegepast. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij het gehele feitencomplex in samenhang moet worden bezien en het causaal verband adequaat moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van kennelijk onbehoorlijk bestuur en causaal verband.