ECLI:NL:HR:2005:AT6371
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid besluit minister LNV inzake toekenning bijzonder melkquotum en uitleg EEG-verordening 857/84
De zaak betreft een melkveehouder die in 1979 een SLOM-overeenkomst sloot en later investeringsverplichtingen aanging voor de bouw van een melkveestal. Hij vroeg een bijzonder melkquotum aan, dat werd geweigerd omdat zijn investeringsverplichtingen vóór 1 september 1981 waren aangegaan, terwijl de Beschikking superheffing dit quotum alleen toekent aan investeringen na die datum.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof dat de weigering rechtmatig achtte, en stelde vast dat investeringsverplichtingen ook onder een ontbindende voorwaarde reeds als aangegaan gelden indien zij voor de rechter afdwingbaar zijn. De zaak werd geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van artikel 3, sub 1, van verordening 857/84, met name over de tijdsbeperking van investeringsverplichtingen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de burgerlijke rechter niet gebonden is aan de feitelijke en juridische stellingen die partijen in eerdere procedures bij het CBB hebben gebruikt, en dat de beoordeling van rechtmatigheid door de burgerlijke rechter aan dezelfde maatstaven moet voldoen als die van het CBB.
De zaak betreft complexe vragen over de toepassing van Europese regelgeving op nationale besluiten en de rechtspositie van belanghebbenden in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof, stelt prejudiciële vragen aan HvJEG en schorst de procedure over tijdsbeperking investeringsverplichtingen voor bijzonder melkquotum.