ECLI:NL:PHR:2005:AT7292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Begrip bestuurder in de Wegenverkeerswet 1994 bij handeling handrem door passagier
In deze zaak stond centraal of een verdachte die als passagier de handrem van een personenbusje aantrok, kan worden aangemerkt als bestuurder in de zin van artikel 179 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Het hof had geoordeeld dat door het aantrekken van de handrem de verdachte een bedieningsorgaan van het voertuig had gehanteerd en daarmee de voortbeweging en rijrichting had beïnvloed, waardoor hij als bestuurder moest worden beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het begrip bestuurder niet beperkt is tot degene die volledig zelfstandig het voertuig bestuurt. Ook personen die slechts een deel van de bedieningsorganen hanteren en daarmee de beweging of rijrichting beïnvloeden, kunnen als bestuurder worden aangemerkt. Dit sluit aan bij jurisprudentie over slepen van voertuigen en situaties waarin de feitelijke macht over het voertuig gedeeltelijk is overgenomen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de verdachte als verkeersdeelnemer moet worden beschouwd, omdat de gedragingen die tot het ongeval leidden, binnen het bereik van artikel 6 WVW Pro 1994 vallen, dat zich richt op iedereen die aan het verkeer deelneemt. Het hof had het verweer van de verdediging dat verdachte niet als bestuurder of verkeersdeelnemer kon worden aangemerkt, terecht verworpen. De middelen van cassatie faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt als bestuurder aangemerkt en veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval door het aantrekken van de handrem.