ECLI:NL:PHR:2009:BJ9338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring opzetheling betaalpasjes afkomstig van diefstal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte schuldig werd bevonden aan opzetheling van diverse betaalpasjes die van diefstal afkomstig waren.
Het hof baseerde zijn oordeel op meerdere bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van betrokkenen, proces-verbalen van doorzoekingen en aangetroffen pasjes in een afgesloten kast in de slaapkamer van verdachte. Verdachte had aanvankelijk verklaard de pasjes te hebben gevonden, maar later ontkende hij dat. Het hof verwierp deze ontkenning en concludeerde dat verdachte wist dat de pasjes van diefstal afkomstig waren.
De verdediging voerde aan dat niet vaststaat dat verdachte wist dat de pasjes gestolen waren, maar de Hoge Raad oordeelt dat voor opzetheling voorwaardelijk opzet volstaat en dat het hof terecht heeft aangenomen dat verdachte zich bewust was van de herkomst van de pasjes. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Daarnaast merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat het recht op een redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar omdat geen straf is opgelegd, leidt dit niet tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte wist dat de betaalpasjes van diefstal afkomstig waren en verwerpt het cassatieberoep.