ECLI:NL:HR:2005:AU3945
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arrest wegens onvoldoende onderzoek naar toezending appèldagvaarding aan postbus verdachte
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage de verdachte bij verstek veroordeeld wegens meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte stelde hoger beroep in en gaf daarbij een postbusadres op, afwijkend van het adres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Het hof verleende verstek omdat verdachte niet verscheen bij de terechtzitting.
De Hoge Raad stelt vast dat uit het niet verschijnen van verdachte niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat hij afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, vooral niet wanneer een ander adres dan het GBA-adres is opgegeven. In dat geval moet worden onderzocht of de dagvaarding daadwerkelijk aan dat adres is verzonden.
In deze zaak ontbrak bewijs dat de tweede appèldagvaarding aan het opgegeven postbusnummer was verzonden. Het hof baseerde zijn oordeel uitsluitend op een handgeschreven, niet-geparafeerde aantekening bij de eerste dagvaarding, wat onvoldoende is. Het hof had moeten onderzoeken of toezending daadwerkelijk had plaatsgevonden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting in hoger beroep, waarbij het aanwezigheidsrecht van verdachte adequaat moet worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar toezending van de appèldagvaarding aan het postbusadres van verdachte.