ECLI:NL:HR:2005:AU4091
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing ander gerecht bij vervolging rechterlijk ambtenaar ter voorkoming schijn van bevoordeling
In deze zaak heeft de Hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket Arnhem een verzoek ingediend tot aanwijzing van een ander gerecht voor de vervolging van een Officier van Justitie die wordt verdacht van een strafbaar feit op grond van art. 137c Sr.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 510 Sv Pro beoogt te waarborgen dat rechterlijke ambtenaren die verdacht worden van strafbare feiten, worden vervolgd door een instantie die de schijn van bevoordeling of benadeling voorkomt. Dit geldt ook voor het Openbaar Ministerie bij de beslissing om al dan niet vervolging in te stellen of te schorsen.
De Hoge Raad oordeelt dat het OM verplicht is een verzoek tot aanwijzing van een ander gerecht in te dienen zodra het een rechterlijk ambtenaar als verdachte aanmerkt, zodat de verdere behandeling van de zaak door dat gerecht kan worden beslist. Het verzoek van de Hoofdofficier van Justitie wordt toegewezen en de Rechtbank Amsterdam wordt aangewezen voor vervolging en berechting.
De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 11 oktober 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de Rechtbank Amsterdam aan voor vervolging en berechting van de rechterlijk ambtenaar om schijn van bevoordeling te voorkomen.