ECLI:NL:CRVB:2010:BO4793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep intrekking bijstandsuitkering
Appellant had bijstand ontvangen die door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder per 9 juli 2007 werd ingetrokken omdat hij naar oordeel van het College zelf in de noodzakelijke kosten van het bestaan kon voorzien. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de beslistermijn nog niet was verstreken en het beroep derhalve prematuur was.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar weliswaar prematuur was, maar dat het College tijdens de procedure alsnog inhoudelijk op het bezwaar heeft beslist met een besluit van 29 januari 2008. Het beroep moet daarom mede worden geacht gericht te zijn tegen dit inhoudelijke besluit. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze dit niet had onderkend.
De Raad beoordeelt inhoudelijk dat het besluit tot intrekking van de bijstand voldoende is gemotiveerd, mede omdat appellant zelf om stopzetting had gevraagd en salarisgegevens had overgelegd waaruit blijkt dat hij in zijn noodzakelijke kosten kan voorzien. Het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard. Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeken om immateriële schadevergoeding worden afgewezen omdat de redelijke termijn niet is overschreden.
Tot slot veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit tot intrekking van bijstand wordt ongegrond verklaard.