ECLI:NL:HR:2005:AU4487
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling discretionaire bevoegdheid bij hernieuwd verzoek schuldsaneringsregeling na faillissement
De zaak betreft een verzoeker die na een eerdere toepassing en tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) en een daaropvolgend faillissement opnieuw een verzoek tot toepassing van de regeling indiende.
De rechtbank wees het verzoek af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof stelde dat een verzoek kan worden afgewezen indien binnen tien jaar voorafgaand aan het verzoek een schuldsaneringsregeling van toepassing was geweest, tenzij bijzondere omstandigheden toelating rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de wettelijke bepaling omtrent de discretionaire bevoegdheid niet onjuist had uitgelegd, ondanks een minder gelukkige formulering. De rechter moet terughoudend zijn bij toelating tot de regeling binnen de tienjaarstermijn na eerdere toepassing en beëindiging op grond van wanprestatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof relevante omstandigheden heeft meegewogen in zijn beslissing.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hernieuwde verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.