ECLI:NL:PHR:2007:BA2545
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn bij schuldenaanwas binnen vijf jaar na eerdere regeling
De zaak betreft een verzoek van een gehuwd stel tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) nadat zij eerder al een dergelijke regeling hadden gehad die was geëindigd met een schone lei. De rechtbank wees het verzoek af omdat de schulden grotendeels waren ontstaan door niet strikt noodzakelijke aankopen en verzoekers wisten of hadden moeten begrijpen dat zij deze schulden niet konden voldoen gezien hun lage inkomen.
In hoger beroep werd dit oordeel bekrachtigd. Het hof stelde vast dat de schulden binnen vijf jaar na de eerdere schuldsanering waren ontstaan en dat verzoekers niet te goeder trouw waren. Het beroep op persoonlijke omstandigheden, zoals financiële steun aan een zieke moeder in Marokko en psychische problematiek, werd niet als voldoende rechtvaardiging gezien.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en wees het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukte dat het aangaan van schulden waarvan duidelijk is dat ze niet kunnen worden afgelost, ook niet gerechtvaardigd kan worden door morele verplichtingen of omstandigheden zoals lage inkomens. Tevens is het facultatieve karakter van de weigeringsgrond in art. 288 lid 2 Fw Pro bedoeld om misbruik van de schuldsaneringsregeling te voorkomen, vooral bij herhaalde aanvragen binnen korte tijd. De persoonlijke omstandigheden van verzoekers werden niet als zodanig onderbouwd dat zij een uitzondering rechtvaardigen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoekers niet te goeder trouw waren bij het ontstaan van de schulden binnen vijf jaar na een eerdere regeling.