ECLI:NL:HR:2005:AU4621
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid ondernemingskamer en boedelschuld onderzoekskosten faillissement Landis Group
De ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam had op verzoek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Landis Group N.V. en haar dochtervennootschappen. Daarbij werd bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste van Landis Group N.V. komen en dat zij zekerheid moest stellen voor betaling daarvan. VEB verzocht later dat de curatoren zekerheid zouden stellen voor deze kosten.
De curatoren voerden aan dat de ondernemingskamer niet bevoegd was om dit verzoek te behandelen en dat VEB niet-ontvankelijk was. De ondernemingskamer wees dit verzoek af en veroordeelde de curatoren tot zekerheidstelling. Tegen deze beschikking stelden de curatoren cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de ondernemingskamer niet bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek van VEB tot zekerheidstelling door de curatoren en verklaarde VEB niet-ontvankelijk. Tevens vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en veroordeelde VEB in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd bevestigd dat de kosten van onderzoek niet zonder meer als boedelschuld gelden en dat de ondernemingskamer niet bevoegd is tot het opleggen van zekerheidstelling aan curatoren in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart VEB niet-ontvankelijk en vernietigt de beschikking van de ondernemingskamer.