ECLI:NL:HR:2005:AU5285
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- E.J. Numann
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in echtscheidingszaak ondanks godsdienstig verweer
De zaak betreft een verzoek tot echtscheiding ingediend door de man bij de rechtbank Alkmaar, waarbij de vrouw geen verweerschrift heeft ingediend. De rechtbank sprak op 7 oktober 2004 de echtscheiding uit. De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking op 21 april 2005 bekrachtigde. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De man, verweerder in cassatie, is niet verschenen. Hij had zich in eerdere instanties op het standpunt gesteld dat het huwelijk onontbindbaar is op grond van zijn godsdienstige overtuiging, waarbij hij verwees naar artikel 10 van Pro de Grondwet, artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de echtscheiding.