ECLI:NL:HR:2006:AU8280
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep in herinrichtingszaak Oost-Groningen
In deze zaak betreft het een geschil over de toewijzing van kavels en de behandeling van bezwaren binnen de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, deelgebied Pekela's. Eiser diende meerdere bezwaren in tegen de lijst der Geldelijke Regelingen (LGR), waarvan een deel werd ingewilligd en een ander deel werd aangehouden en later ongegrond verklaard door de rechtbank.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van 15 december 2004, maar deed dit niet tijdig volgens de strikte termijnen van de Herinrichtingswet en de Onteigeningswet. De cassatieverklaring werd pas op 11 januari 2005 ter griffie van de rechtbank afgelegd, terwijl de termijn twee weken na de uitspraak was verstreken.
De Hoge Raad oordeelde dat de cassatieverklaring niet binnen de wettelijke termijn was gedaan en dat geen uitzonderingen op deze regel van toepassing waren. Het feit dat eiser werd bijgestaan door een advocaat uit Leeuwarden en niet door een procureur bij de rechtbank maakte dit niet anders. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van procesrechtelijke termijnen in bestuursrechtelijke herinrichtingsprocedures en bevestigt de toepassing van art. 53 lid 3 van Pro de Onteigeningswet in combinatie met de Herinrichtingswet.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.