ECLI:NL:PHR:2007:BB6202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van te laat ingediend beroepschrift tegen beslissing rechter-commissaris inzake crediteurencommissie
In deze zaak gaat het om de ontvankelijkheid van een beroepschrift dat na de termijn van artikel 67 lid 1 Faillissementswet Pro is ingediend tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot sluiting van de verificatievergadering wegens het ontbreken van geschikte kandidaten voor de crediteurencommissie.
De faillissementsprocedure betrof een faillissement uitgesproken door de rechtbank Amsterdam in 1995. De rechter-commissaris had de verificatievergadering aangehouden tot 15 februari 2007 en bij brief aan de procureur van de verzoekers meegedeeld dat bij het uitblijven van geschikte kandidaten de vergadering zou worden gesloten. Op die datum heeft de rechter-commissaris de vergadering gesloten.
De verzoekers dienden hun beroepschrift pas op 21 februari 2007 in, na het verstrijken van de beroepstermijn van vijf dagen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de verzoekers redelijkerwijs op de hoogte hadden kunnen zijn van de beslisdatum. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, stellende dat de beroepstermijn strikt moet worden nageleefd tenzij sprake is van een gerechtvaardigde uitzondering, die hier niet aan de orde is.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.