ECLI:NL:HR:2006:AU8289
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen bij illegale toegang tot Schiphol met gebruik van valse pas
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland via Schiphol met behulp van een valse Schipholpas. Het Hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de verdachte en getuigen, ondanks tegenstrijdigheden in de verklaringen over het vervoer naar Schiphol.
De Hoge Raad oordeelde dat deze tegenstrijdigheden van ondergeschikte betekenis zijn en de bewijsmotivering niet aantasten. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigde.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis betrof en stelde deze lager vast. Het overige beroep werd verworpen. De zaak betreft het faciliteren van illegale toegang met behulp van een valse pas en het handelen uit winstbejag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen en vermindert taakstraf en vervangende hechtenis wegens termijnoverschrijding.