ECLI:NL:HR:2006:AU9716

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/311HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7:625 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling of ontslagneming statutair directeur het einde arbeidsovereenkomst betekent

De zaak betreft een geschil tussen [eiser], statutair directeur en general manager, en NH Corporate Training B.V. over de vraag of de ontslagneming door de statutair directeur het einde van zijn arbeidsovereenkomst betekent. [Eiser] vorderde loonbetalingen en nakoming van zijn arbeidsovereenkomst, terwijl NH Corporate in reconventie teruggave van bedrijfsmiddelen eiste.

De voorzieningenrechter wees een deel van de vorderingen toe, waaronder betaling van achterstallig loon en doorbetaling van salaris met vakantietoeslag, en veroordeelde [eiser] tot teruggave van enkele bedrijfsmiddelen. Het hof vernietigde dit vonnis deels en veroordeelde NH Corporate tot betaling van salaris over een bepaalde periode met wettelijke verhoging, waarbij proceskosten werden gecompenseerd.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiser] en bevestigde daarmee de eerdere rechtspraak dat ontslag als statutair directeur niet automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst inhoudt. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering en veroordeelde [eiser] in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat ontslagneming als statutair directeur niet automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst betekent.

Uitspraak

3 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C04/311HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
NH CORPORATE TRAINING B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 18 februari 2004 verweerster in cassatie - verder te noemen: NH Corporate - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. NH Corporate te veroordelen om aan [eiser] te voldoen het salaris over de periode 1 december 2003 tot en met 31 januari 2004, zijnde het bedrag van € 15.968,42 bruto;
2. NH Corporate te veroordelen om aan [eiser] te voldoen de wettelijke verhoging op grond van art. 7:625 BW Pro, zijnde een bedrag van € 7.984,26 bruto, althans enig bedrag dat de voorzieningenrechter op grond van art. 7:625 BW Pro zal vermenen te behoren;
3. NH Corporate te veroordelen om aan [eiser] maandelijks te voldoen het salaris van € 7.984,26 bruto, te vermeerderen met vakantietoeslag 8%, ingaande 1 februari 2004 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
4. NH Corporate te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiser] in de gelegenheid te stellen om de door hem bedongen arbeid als general manager te Amsterdam te verrichten, met uitzondering van diens statutaire taken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat zij hiermede in gebreke blijft;
5. NH Corporate te veroordelen in de kosten van dit geding.
NH Corporate heeft de vorderingen bestreden en in reconventie - na vermeerdering van eis - gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan NH Corporate af en terug te geven de hem door haar ter beschikking gestelde lease-auto met sleutels, kentekenbewijzen en tankpas, laptop computer en mobiele telefoon, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag dat hij in gebreke mocht zijn aan te dezen te geven veroordeling te voldoen.
[Eiser] heeft de vordering in reconventie bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 16 maart 2004
in conventie:
- NH Corporate veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 15.968,42 bruto, ter zake van loon over de periode van 1 december 2003 tot en met 31 januari 2004, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro van 10%;
- NH Corporate veroordeeld tot betaling aan [eiser] van het loon van € 7.984,26 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, ingaande 1 februari 2004 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, telkens vanaf het moment van opeisbaarheid daarvan;
- dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
in reconventie:
- [eiser] veroordeeld om aan NH Corporate af en terug te geven de hem door haar ter beschikking gestelde laptop computer en de tankpas ten name van N.H. Corporate;
- bepaald dat [eiser] een dwangsom verbeurt van € 50,-- per dag dat hij in gebreke blijft aan voormelde veroordeling te voldoen, met de bepaling dat aan dwangsommen maximaal € 10.000,-- kan worden verbeurd;
- dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
in conventie en in reconventie:
- de kosten van het geding aldus gecompenseerd dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
- het meer of anders gevorderde geweigerd.
Tegen het in conventie en in reconventie tussen partijen gewezen vonnis heeft NH Corporate hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 10 augustus 2004 heeft het hof het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, NH Corporate veroordeeld tot betaling aan [eiser] van het loon van € 7.984,26 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, ingaande 20 december 2003 tot en met februari 2004, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10% daarover, dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep tussen partijen gecompenseerd, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen NH Corporate is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten zijn gebaseerd op een rechtsopvatting die de Hoge Raad inmiddels in zijn arrest van 15 april 2005, nr. R05/001, NJ 2005, 483, heeft verworpen. Ook overigens kunnen de klachten niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NH Corporate begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 februari 2006.