ECLI:NL:GHAMS:2009:BK7677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en boetebeschikking jaren 1996-1998
Belanghebbende, een vennootschap actief in de handel van gespecialiseerde apparatuur, kreeg voor de jaren 1996, 1997 en 1998 navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd met daarbij boetes en verhogingen. De inspecteur stelde dat de navorderingsaanslagen na de wettelijke termijn waren opgelegd, maar verwees naar een afspraak over termijnverlenging met belanghebbende. Belanghebbende voerde aan dat de aanslagen en boetes vernietigd moesten worden wegens termijnoverschrijding.
Het Hof oordeelde dat de afspraak tussen partijen wel zag op verlenging van de termijn voor navorderingsaanslagen, maar niet op de bevoegdheid tot het opleggen van verhogingen en boetes. Daarom moesten de verhogingen en boetebeschikking worden kwijtgescholden. Tevens werd de omkering en verzwaring van de bewijslast toegepast wegens het niet tijdig doen van aangifte door belanghebbende.
De omvang van de zakelijke commissiebetalingen was in geschil. Het Hof concludeerde dat betalingen aan buitenlandse bankrekeningen van tussenpersonen voldoende aannemelijk waren als zakelijke commissies, maar contante betalingen en kasopnames onvoldoende konden worden bewezen. De belastbare bedragen werden dienovereenkomstig verminderd. Het Hof vernietigde de uitspraken van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de navorderingsaanslagen deels, schold de verhogingen en boetebeschikking kwijt en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.